Wanneer kies je welke legering en wat moet je hierbij afwegen?

Voor het kiezen van de legering zijn veel afwegingen nodig. Sommigen gaan ‘automatisch’ en voor anderen betekent het dat er een compromis gesloten moet worden.

Hierbij een opsomming van de belangrijkste keuzes die je kan maken:
• Welke vorm heb je nodig
• Welk proces ga je toepassen
• Goede verspaning nodig
• Wat zijn de corrosie omstandigheden van de toepassing
• Wat is de gewenste visuele uitstraling? Wil je bijv. gaan anodiseren?
• Is sterkte essentieel en hoe los je dan de andere aspecten, zoals corrosiebestendigheid of visuele uitstraling op
• Wil je gaan lassen
• Etc.
Het is onmogelijk in dit artikel alles te behandelen, dan wordt het een veel te lang verhaal. We hebben ervoor gekozen de eerste drie aspecten hier te behandelen.

Vorm

Indien je van te voren weet of plaat of profiel je uitgangsvorm is, weet je al in welke range je legeringskeuze zal liggen. In geval van extrusie profielen zal je legeringskeuze bijvoorkeur in de 6000 reeks liggen. Als je veel fijne details in het profiel wil is de EN AW-6060 het meest gangbaar. Of de EN AW-6063 die net iets sterker is. Voor nog sterker de EN AW-6082 of soms zie je ook de EN AW-6005. zie ook Extrusie legeringen

Is (dunne)plaat het uitgangsmateriaal dan is de keus veelal de EN AW-1050 of een 5000 kwaliteit. Ook de 3000 vind je veel als plaat, maar vaak gelakt, en voor speciale toepassingen waar vervormbaarheid van belang is, zoals dakgoten.
De EN AW-1050 wordt vaak ingezet als sterkte niet zo van belang is. Deze zuivere kwaliteit is goed beschikbaar en heeft een heldere uitstraling. Vervormbaarheid en corrosiebestendigheid is erg goed.

legerinskeuze

Is sterkte van belang, zoals in jachtbouw, dan zie je vaak de EN AW-5083 die ook nog eens goed lasbaar is of de EN AW-5754. Een EN AW-5005 kom je vaak in bouw toepassingen tegen en afhankelijk van de oppervlaktebehandeling wordt de gewone EN AW-5005 ingezet, ook wel betiteld als moffelkwaliteit of de EN AW-5005 J57S/HX55 de speciale anodiseerkwaliteiten.

Tranenplaat is veelal de EN AW-5754 legering.

Processen

Is gieten het vormgevingsproces dan zie je veel de 4000 legeringen. De legeringen met een hoog siliciumgehalte zijn goed vloeibaar vorm te geven. Voor de gietlegeringen geldt dat dit een vijf cijverige code is. Iedere gieterij heeft zijn voorkeurslegering. Een gangbare kwaliteit is de EN AC-42000 (A356) of de EN AC-44300 (VAR 230). zie ook aluminium gietlegeringen

Zijn er kneedlegeringen die ingezet worden voor een proces dan ligt het aan de bewerking welke eigenschap essentieel is.
Heb je plaat als uitgangsproduct en heb je grote vervormbaarheid (taai materiaal) nodig in combinatie met sterkte pak dan bijvoorbeeld een EN AW-5083 in zachte toestand (O).

trekkrommes

Let wel op dat je de eigenschappen die je nodig hebt goed benoemd. Een stijf materiaal is niet per definitie sterk.
Kijk maar eens naar de varieteit in aluminium legeringen rechts.

 

Ga je processen zoals smeden inzetten dan wordt vaak de EN AW-6082 toegepast. Voor slagextrusie is ook een 1000 legering gangbaar. Afhankelijk van aantallen, zoals blikjes (een EN AW-3004 kwaliteit), is de samenstelling geoptimaliseerd voor de toepassing.

Verspaning

Voor de verspaning zijn er verschillende kwaliteiten beschikbaar. Voor staf materiaal veelal de legeringen met hoofdlegeringselement koper zoals de EN AW-2007/2011/2024 of specifieke 6000 kwaliteiten (EN AW-6026). Voor dikke plaat zijn EN AW-5083, 6082, 7075 het meest gebruikelijk.
Voor verspaning geldt, dat onder andere de hardheid van het materiaal zorgt dat het aluminium goed verspaand, ook toevoegingen zoals lood (in zeer beperkte mate) of bismut dragen bij aan de verspaanbaarheid, doordat zij fungeren als spaanbreker.

Zie je door het bomen het bos niet meer en heb je hulp nodig bij de selectie van de legering zet je vraag hieronder in het commentaarveld.
Graag helpen we je verder. Ook aanvullingen zijn altijd welkom.
Wil je op de hoogte gehouden worden van de Blogs van Aluminium Metal Knowledge schrijf je nu in.